Werken bij

Jouw collega's

Laura, Pedagogisch medewerker en gastouder

Laura

“De woorden ‘eentonig’ en ‘saai’ komen echt niet voor in mijn werk”

“Ik heb altijd al geweten dat ik met kinderen wil werken. Wanneer een kind een leuke dag heeft gehad, heb ik dat ook. Ik vind het mooi dat ik daaraan kan bijdragen. De woorden ‘eentonig’ en ‘saai’ komen echt niet voor in mijn werk. Op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag werk ik op de bso en op woensdag werk ik bij een gastoudergezin aan huis. Die combinatie bevalt me ontzettend goed.”

Wat vind je zo leuk aan die combinatie?
“Vooral de variatie in de leeftijden maakt het werk uitdagend. Op de bso werk ik vooral met oudere kinderen, terwijl de kinderen in mijn gastoudergezin anderhalf, twee en vijf jaar zijn. Als gastouder kun je je nog meer op de kinderen richten. Ik let de hele dag op drie kinderen, terwijl er op de bso twintig rondrennen. Daar heb je soms wat meer pit voor nodig. Dat vind ik fijn, want ik zou het denk ik iets te rustig vinden wanneer ik alleen gastouder zou zijn. Het fijne aan het werk op de bso is ook dat je kunt schakelen met je collega’s. In dat opzicht moet je als gastouder wat sterker in je schoenen staan en nog zekerder zijn van de keuzes die je maakt. Nog een verschil tussen de twee functies is dat je als gastouder meer meegaat in het ritme van het gezin. Je moet het doen met de spullen die in het gezin aanwezig zijn en je hanteert de regels die daar gelden.”

”Kinderen zoeken de grenzen op, dus daar moet je tegen kunnen”

Welke eigenschappen zijn onmisbaar in jouw werk?
“Je moet creatief zijn, maar daarmee bedoel ik niet dat je uitzonderlijk goed moet zijn in tekenen. Je hoeft echt geen knutselwonder te zijn om een goede pedagogisch medewerker of gastouder te worden. Dat ben ik zelf ook niet! Je moet vooral creatief zijn in het meedenken met de kinderen. Je kunt nog zo veel leuke activiteiten plannen, als de kinderen allemaal naar de gymzaal willen komt er nog niets van terecht. Je moet ook zorgzaam zijn op verschillende manieren. Bij de jongere kinderen ben je echt met de basis verzorging bezig, terwijl de oudere kinderen meer steun nodig hebben in de vorm van een luisterend oor en een voorbeeldfunctie. Je moet ook streng durven zijn, zeker wanneer je jong bent. Ik ben zelf twintig en ik merk dat sommige oudere kinderen me soms net wat meer uitdagen dan bij mijn oudere collega’s. Ze zoeken de grenzen op, dus daar moet je tegen kunnen. Overigens zie ik mijn leeftijd ook zeker als een voordeel. Ik kan vaak net even wat wilder meedoen met buiten spelen bijvoorbeeld.”